Mini thema bijen
19 mei 2026Deze week laten we zien hoe je een thema doelgericht en betekenisgericht opbouwt.
We beginnen altijd bij de woordenschat. Want voordat kinderen kunnen meedoen, ontdekken, praten, spelen en leren binnen een thema, hebben ze woorden nodig.
Bij het voorbereiden van een thema maken we onderscheid tussen twee soorten woorden:
De woorden uit de BAK-woordenlijst
Dit zijn basiswoorden die belangrijk zijn voor de woordenschatontwikkeling van jonge kinderen. Deze woorden verdienen extra aandacht, omdat ze kinderen helpen om taal beter te begrijpen en zelf te gebruiken.
De themawoorden
Dit zijn woorden die specifiek bij het thema horen. Bij een thema over bijen zijn dat bijvoorbeeld woorden als honingraat, larve, imker of stuifmeel. Deze woorden kennen kinderen vaak nog niet, maar ze maken het thema rijker, interessanter en betekenisvoller.
In onze voorbereiding hebben we de BAK-woorden rood gemaakt en de themawoorden zwart. Zo zie je in één oogopslag welke woorden extra aandacht nodig hebben en welke woorden zorgen voor verdieping binnen het thema.
Juist de combinatie van basiswoorden en themawoorden zorgt voor een rijke leeromgeving.
Kinderen leren niet zomaar losse woorden. Ze leren woorden in samenhang, tijdens spel, gesprekken, boeken, materialen en activiteiten.
En dáár begint een sterk thema.