Veelgestelde vragen

 
  1. Hoe kun je zien aan welke doelen je hebt gewerkt?
  2. Hoe vaak moet ik de profielscan van een leerling invullen?
  3. Hoe zie je in het staafdiagram hoe een kind zich ontwikkelt?
  4. Wat kan ik doen als ik aan een bepaald doel wil werken, maar het geadviseerde spel niet in de kast heb staan?
  5. Wat te doen met uitvallende en opvallende kinderen?
  6. Hoe organiseer ik een individueel handelingsplan of groepsplan?
  7. Wat is het verschil tussen HGW-groepsoverzicht, profielscan en onderwijsbehoeften?
  8. Hoe plan je de activiteiten binnen een Onderbouwd thema?

Lees hier de antwoorden!

1. Hoe kun je zien aan welke doelen je hebt gewerkt?
Het is belangrijk om de aangeboden lesstof bij het uitvoeren aan te klikken. Dan kleuren ze in de jaarplanning grijs en zie je in één oogopslag aan welke doelen je hebt gewerkt.
 
 
2. Hoe vaak moet ik de profielscan van een leerling invullen?
Het is de bedoeling om de profielscan van een kind twee keer per jaar in te vullen en uit te printen. 
 
 
3. Hoe zie je in het staafdiagram hoe een kind zich ontwikkelt?
Als de score van een leerling in het staafdiagram 1 of 0 is, noemen we de score zorgelijk. Een score van 2 (twee ingekleurde vakjes in het staafdiagram) is gemiddeld.
 
 
4. Wat kan ik doen als ik aan een bepaald doel wil werken, maar het geadviseerde spel niet in de kast heb staan?
Er zijn vaak meerdere manieren om je doel te bereiken. Kies een vervangend spel of stel er zelf een samen.
 
 
5. Wat te doen met uitvallende en opvallende kinderen?
Vuistregel:
Uitval = even afwachten
Pluskinderen = direct verrijken
 
Pluskinderen: Deze kinderen verschijnen automatisch in beeld als ze het streefniveau hebben gescoord. Bied deze leerlingen direct verrijkingsstof uit de verrijkingslessen. Met direct bedoelen we: binnen de drie weken van het thema. Soms kun je met grote zekerheid verwachten dat een kind het streefniveau gemakkelijk zal behalen. In dat geval mag je het kind ook direct verrijkingsstof aanbieden.
 
Kinderen in ontwikkeling: Deze kinderen verschijnen automatisch in beeld zodra ze een N-score hebben behaald. Ze blijven ook bij de volgende thema’s in beeld staan. Net zolang tot ze de F-score hebben behaald.
 
Voorbeeld: een leerling heeft bij het thema ‘boeken’ een N-score behaald. Bij het daaropvolgende thema ‘herfst’ verschijnt het kind daarom in beeld bij ‘in ontwikkeling’. Nu kun je beslissen om het kind het spel, waarop het slecht scoorde, nogmaals aan te bieden. Maar misschien is het kind nog maar pas op school of is het duidelijk dat de leerling er nog niet aan toe is en wil je nog wat langer wachten. Dat mag! Ondertussen kunnen de kinderen oefenen met de routinelseen. De kidneren die daarvoor in aanmerking komen staan bij leerlingen inplannen bij de routinelessen. 
 
Hoe te handelen bij uitval:
 
N1:
Handeling 1: Breng het kind in contact met leeftijdsgenootjes die het al een beetje beter kunnen. Let op: doe dit altijd in een groepje van drie kinderen (niet twee of vier)! Je kunt dit noteren als volgt: ‘hulpkind’: 0  ‘uitvallend kind’: x
 
N2:
Handeling 2: Pas het spel aan door middel van verkleinen of structureren, of biedt een alternatief spel aan met hetzelfde doel.
 
N3:
Handeling 3: Ga na of er een leerbelemmering ten grondslag ligt aan de uitval van het kind op het gestelde doel. Klik op de registratiekaart op het doel en er verschijnt dan een pop-up, waarin je de tekst uit het teksthokje kunt zetten.
 
 
6. Hoe organiseer ik een individueel handelingsplan of groepsplan?
Hierboven, bij het antwoord op vraag 5, lees je hoe je een individueel handelingsplan maakt.
 
Je groepsplan is gebaseerd op het overzicht ‘in ontwikkeling en plusgroep’. Bij de voorbereiding van je middagprogramma kijk je naar dit overzicht. Hierbij selecteer je ‘ontwikkel-kinderen’, die je een bepaald spel nogmaals wilt laten oefenen en bij wie je de de resultaten nog een keer wilt checken. Denk hierbij aan de drie handelingsstappen (zie hierboven bij het antwoord op vraag 5)! Bij handeling 1 moet je dus in je groepsoverzicht kijken aan wie je dit kind kunt koppelen. Vervolgens bied je aan de betreffende kinderen deze leerstof op maat aan, in je arbeid-naar-keuze-les op de middag.
 
7. Wat is het verschil tussen HGW-groepsoverzicht, profielscan en onderwijsbehoeften?
In plaats van het HGW-groepsoverzicht vullen we van iedere leerling een profielscan in (HGW staat voor handelingsgericht werken). De resultaten hiervan vind je terug in de onderwijsbehoeften van het kind.
 
HGW-groepsoverzicht:
Hierin beschrijf je bij belemmerende factoren vooral dingen die als negatief voor de ontwikkeling worden beschouwd. Ook privé-omstandigheden worden hierin opgenomen, zoals scheiding van de ouders enzovoorts. Let op: de beschrijvingen die we gebruiken in het overzicht zijn voor intern gebruik en kunnen niet letterlijk worden overgenomen in het contact met de ouders.
 
Profielscan:
Na het invullen van de profielscan kun je de onderwijsbehoeften van het kind bespreken met de ouders. 
 
Onderwijsbehoeften:
Onderwijsbehoeften zijn situatie-afhankelijk en moeten gezien worden als cognitieve factoren, niet als ontwikkelingsdoelen. Dit in tegenstelling tot de belemmerende factoren zoals beschreven in het HGW-overzicht. 
 
Het kind is zoals het kind is. De profielscan beschrijft de sterk en minder sterk vertegenwoordigde kanten van de leerling. Zonder waardeoordeel.
 
Vanuit de onderwijsbehoeften kun je bekijken waarin je het kind zou kunnen versterken. Zo zou je kanjertraining kunnen inzetten als het gaat over gevoelens. Ook kun je kijken welke sterke kanten van de leerling je zou kunnen inzetten om een bepaalde doelstelling te behalen. 
Voorbeeld: een leerling heeft veel moeite met rijmen. De interpersoonlijke factor scoort laag bij dit kind. De intrapersoonlijke factor is veel meer aanwezig. Bij deze leerling kun je het rijmspel wellicht beter individueel aanbieden dan in een groepje.
 
Bij de onderwijsbehoeften komt ook een extra knop waarbij je individuele informatie over het kind kunt plaatsen, bijvoorbeeld met het oog op een meer volledige overdracht naar groep 3.
 
 
8. Hoe plan je de activiteiten binnen een een Onderbouwd thema?
Een Onderbouwd thema duurt drie weken. Elk thema bestaat uit een taalweek en twee rekenweken. In de taalweek bied je een taalspel aan, in elk van de twee rekenweken biedt je een rekenspellen aan. In totaal bied je dus een taalspel en twee rekenspellen aan. Heb je een groep 1/2 dan verdubbelt uiteraard het aanbod.
Wil je ook nog motorische doelen aanbieden dan kan dat ook. Echter de overheid eist niet dat deze doelen worden geregistreerd en bijgehouden. Vanuit Ondebrouwd vinden wij het echter belangrijk dat ook de motorische ontwikkeling bij jonge kinderen wordt gestimuleerd.
 
In de planning worden reken- en taaldagen aangehouden. Zowel vanuit wetenschappelijk als ook praktisch oogpunt is het verstandig om dit ook zo uit te voeren.
 
Het speelse routineaanbod in de taalweek is weggezet in vijf taalkringen. De rekenactiviteiten verdeel je over zeven rekenmomenten. Daarbij is het bovenste gedeelte uit de rekenplanning (de rekenspellen) verplicht. Het onderste deel is niet verplicht, hieruit kun je je eigen keuzes maken. 
 
Houd bij het maken van de keuzes de toetsmomenten zoals beschreven in de jaarplanning goed in de gaten!
 
Anders dan bij de taalactiviteiten kan het zo zijn dat niet ieder kind aan alle rekenactiviteiten meedoet. 
 
Binnenkort wordt er op Onderbouwdonline bij ieder aanbod vermeld waar de benodigde spullen te vinden zijn, of dat het gaat om een extra activiteit die je kunt downloaden. Dit geldt zowel voor taal als voor rekenen.
 
 
 
 
 
 

Inloggen

×

Wachtwoord vergeten

×